Onderzoeksopzet – Ilayda Tomruk

Aside

Betoog theory/semiotiek

Het onderdeel waarin ik onderzoek ga doen is ‘’semiotiek’’. Bij semiotiek kunnen we drie vragen stellen, namelijk:

–       Wat betekent het wat we zien?

–       Welke symbolen herkennen we?

–       Hoe komt het dat we dat weten?

Semiotiek houdt in dat tekens en elementen een betekenis dragen. Alles kan een teken zijn. Het teken verwijst naar een object en zet aan tot interpretatie.

Twee begrippen zijn van belang bij semiotiek: dennotatie en connotatie.

Denotatie is de eerste betekenislaag (denotatieve betekenis), herkennen wat er wordt afgebeeld.

Connotatie is de tweede betekenislaag (vertoont doorgaans veel variatie) en gaat om de gevoelswaarde. Gaat om het begrijpen en waarderen van het afgebeelde.

Je kunt semiotiek om het makkelijker te maken ook zo bekijken:

Het gebruik van tekens -> de betekenissen van tekens -> de codes die de verbinding vormen tussen tekens en hun betekenissen.

Hoofdvraag: Hoe is de reclame van Carlsberg te analyseren d.m.v. dennotatie en connotatie?                                                                                                                           (reclame link: http://www.youtube.com/watch?v=RS3iB47nQ6E)

Deelvraag 1: Wat houdt semiotiek in?

Deelvraag 2: Wat is het verschil tussen dennotatie en connotatie?

Deelvraag 3: Welke relaties kennen we in de semiotiek? (Iconisch, indexicaal, symbolisch)

Zoals jullie zien heb ik één hoofdvraag met drie deelvragen. In mijn hoofdvraag ga ik onderzoek doen naar een reclame. Het is een reclame van Carlsberg. Carlsberg is een Deens biermerk. De reclame gaat over 148 ‘’bad boys’’ die film zijn komen kijken in de bioscoop. Een paar stellen kopen een kaartje en gaan naar de zelfde film als de ‘’bad boys’’. Als ze binnenkomen schrikken ze van wat ze zien. Sommige stellen durven toch te gaan zitten en nemen plaats in de zaal, maar er zijn ook stellen die het niet durven en beslissen om weg te gaan. Als volgt schijnt er een licht naar het stel en krijgen ze bier van de ‘’bad boys’’ en er volgt een applaus. ‘’Het is dus niet altijd wat je ziet’’.

Bij deelvraag 1 ga ik een duidelijke uitleg geven van wat semiotiek precies inhoudt. Bij deelvraag 3 ga ik het verschil proberen te analyseren tussen dennotatie en connotatie. Hierbij wil ik veel gebruik maken van voorbeelden om het makkelijker te maken. Ten slotten bij deelvraag 3 ga ik onderzoek doen naar de relaties in semiotiek. Het zijn er drie, namelijk: iconisch, indexicaal en symbolisch.

Als bron ga ik gebruikmaken van het boek “Beeldtaal”. Dit ga ik doen, omdat er beperkte informatie te vinden is over  de reclame van Carlsberg.

Onderzoeksopzet in de vorm van een lopend betoog – Yvonne

Yvonne van de Glind
JDE-D06
529 woorden

Het onderwerp wat ik moet gaan analyseren is documentaire/reportage. Ik heb ervoor gekozen me te richten op documentaires. Hetgene waar ik mijn onderzoek om wil laten draaien is waar de scheiding ligt tussen of een documentaire werkelijk documentaire is of dat het een fictief verhaal wordt. Ik ben heel benieuwd waar die scheidingslijn ligt. Wat ik verder wil onderzoeken is in hoeverre documentaires zich hieraan houden. Die vragen zullen de lijdende draad worden door mijn hele onderzoek. Maar omdat dit nog een beetje breed is heb ik 3 vragen die daaronder vallen. Het antwoord van die drie deelvragen geeft dan het antwoord op de hoofdvraag. Het eerste wat ik me bij de hoofdvraag afvroeg was welke regels er bestaan bij het maken van documentaire? Ten tweede vroeg ik me af wat de kritiek is op in hoeverre filmmakers zich aan die ‘regels’ moeten houden. Bij de derde vraag zal ik me veel meer gaan richten en veel meer in de praktijk analyseren. Er zijn namelijk 2 documentaires die ik op het eerste gezicht heel erg op het randje vond liggen van wel niet documentaire en die zou ik in dit onderzoek nader willen bekijken. Deze documentaires zijn ‘Twin Sisters’ en ‘The Special Need’. De derde deelvraag is dus ook erg voor de hand liggend, en wel; in hoeverre kunnen we stellen dat die films wel of niet een documentaire zijn.

Het onderwerp is relevant omdat de discussie over wat er mogelijk is binnen documentaire actueel is. Eigenlijk is deze discussie al tijden actueel omdat er altijd voor beide kanten veel te zeggen valt. Ik heb het ook steeds over ‘regels’ maar die kan ik liever richtlijnen noemen omdat er over die lijn tussen documentaire en fictie niet perse heel veel vast staat. Veel verschillende mensen hebben daar een eigen kijk op en dit zal ook zeker van de ene tot de andere filmmaker verschillen. Verder zijn de twee films die ik wil gaan analyseren zeer recent uitgebracht en daarom des te relevant.

Over documentaires zijn al veel onderzoeken gedaan. Dit voorgaande onderzoek kan ik erg makkelijk gebruiken bij deze en dat is de eerste bron die ik raadpleeg, scripties. Zo heb ik bijvoorbeeld al een scriptie gevonden wat een onderzoek is naar het gebruik van retorica in twee Nederlandse documentaires. In deze scriptie komt naar voren in hoeverre de makers gebruik maken van retorische strategieën om de kijker te overtuigen van hun persoonlijke visie op de werkelijkheid. Ik hoop nog meer van dit soort scripties te kunnen vinden[1]. Ook zal ik gebruik maken van boeken, het eerste boek wat ik gevonden heb heet ‘Documentaire Informatiesystemen’[2]. Hierin worden de ‘regels’ ook gegeven en uitgelegd. Dit boek heb ik al tot mijn beschikking want het valt te vinden op het internet. Verder zal ik aan bronnen in mijn onderzoek nog gebruik maken van Scholar Google en de database van de HU. De primaire bronnen die ik gebruik zijn de films ‘Twin Sisters’[3] en ‘The Special Need’[4].


[1] http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/8209
[2] K. van der Meer. NBD Biblion Publishers, 2002
[3] Mona Friis Bertheussen (regie), 2013
[4] Carlo Zoratti (regie), 2013

Intertekstualiteit: betoog

Om mijn onderzoek naar intertekstualiteit in het van het gouden ei te kunnen uitvoeren is het eerst van belang om de algemene theorie uit te zoeken.

De term intertekstualiteit stamt uit het theoretische jargon van de poststructuralisten aan het einde van de jaren zestig. Al snel werd deze term algemeen en in de literatuurwetenschap gebruikt. In de jaren tachtig zijn er veel studies verschenen die gewijd zijn aan de term intertekstualiteit om het aan een breder publiek te kunnen introduceren. In de jaren negentig veranderde de focus van de theorie naar de praktijk; intertekstualiteit als midden van interpretatieve en onderzoek naar invloeden gericht op een literair werk.

Er zijn vele auteurs die iets te zeggen hebben over intertekstualiteit, echter behandel ik de theoretici zelf ( Paul Claes). Paul Claes heft een boek geschreven over deze term, echo’s echo’s.

Paul Claes zegt dat intertekstualiteit een “ travestie een genre is waarin de handeling in een literair werk is gebaseerd op een structurele allusies. De twee vlakken waarop het verhaal zich in dit genre afspelen zijn: 1. Hedendaagse tijdskader en 2. De herhaling van een oudere, vaak mythische, geschiedenis.”

Volgens sommige kan je het Gouden ei lezen als een modern verwerking van de Erosmythe van Aristophes of de Orpheismythe van Ovidu.

Het zoeken naar je soulmate, je wederhelft, dit houdt elke mens bezig. Maar waarom eigenlijk? De filosoof Aristophanes heeft dit met een mooie mythe proberen te verklaren. Het gaat als volgt:

In het begin der tijden bestonden er op aarde wezens met 4 benen, 4 armen en 2 hoofden. Deze wezens waren in al hun glorie zo machtig, dat Zeus jaloers en bang werd. Deze wezens mochten niet de macht van de goden overnemen. Daarom splitsten Zeus deze wezens in twee. Zo ontstonden er wezens met 2 benen, 2 armen en 1 hoofd. Deze halve wezens waren verdrietig en voelden zich eenzaam, ze verlangden naar hun wederhelft om terug één te worden. Zo gingen ze op zoek naar hun wederhelft en dat doen we nog steeds. We willen ons weer één voelen met iemand.

Het verhaal gaat eigenlijk nog verder. Wanneer de wezens elkaar terugvonden, omhelsden ze elkaar. Maar dit was niet bevredigend. Zeus kreeg medelijden met de wezens en gaf hun een geslachtsorgaan. Zodat ze meer dan alleen elkaar omhelzen konden doen. Vandaar dat seks in een relatie belangrijk is, want zo lijkt het of we terug in elkaar versmelten.

De volgende mythe is die van orpheus. In griekenland, de achtste eeuw voor Christus. In de ruwe landstreek Thracië woont een zanger die tot ver buiten de grenzen van die regio bekend is. Orpheus is zijn naam, en de mensen zeggen dat hij zo mooi op zijn lier speelt dat alle dieren naar hem komen luisteren en zelfs de stenen bewegen. Ze fluisteren ook dat hij zichzelf niet meer is na de dood van zijn vrouw, de mooie bosnimf Eurydice, en dat hij iets van plan is. Als Orpheus jaren later gestorven is, doet een merkwaardig verhaal over hem nog steeds de ronde. Hij zou afgedaald zijn in het schimmenrijk Hades om zijn Eurydice terug te halen. De goden van de onderwereld en alle gestorvenen zouden naar zijn smekende liederen geluisterd hebben. De goden huilden en gaven Orpheus de toestemming zijn vrouw terug mee te nemen. Er was wel één voorwaarde: Hij mocht niet achterom kijken tot het daglicht bereikt was. Orpheus voerde zijn nimf mee naar boven. Hij was echter zo bezorgd om zijn mooie geliefde dat hij het niet kon nalaten achterom te kijken. Drie donderslagen weerklonken en Orpheus moest toezien hoe zijn Eurydice de duisternis ingezogen werd. Enkele inwoners van de gure bergstreken in het noorden beweren dat zij Orpheus in de jaren die volgden daar hebben zien rondzwerven. Hij zong de hele dag klaagliederen over zijn gestorven nimf en kon door geen enkele vrouw nog bekoord worden. Zo wekte hij echter de jaloezie op van de Cycoonse vrouwen, een bende wilde aanbidsters van de wijngod Dyonisus die hun oog op de mooie zanger hadden laten vallen. Zij zouden hem verscheurd hebben tijdens een nachtelijke offergang en zouden zijn ledematen over de velden verspreid hebben. Men zegt dat het hoofd van Orpheus op een rivier wegdreef richting zee, terwijl het jammerend in de wind nog steeds Eurydices naam riep.

Ik ga het boek het Gouden Ei analyseren en de fragmenten eruit halen die mijn bewering kunnen onderbouwen.

de hoofdvraag die ik ga beantwoorden is: volgens sommige kan je het gouden ei lezen als een vertaalde mythe, is dit waar of niet?

– welke mythes komen er in het boek voor?
– Wat is de vergelijking tussen de mythes en het boek
– Maakt dit het intertekstueel? ofterwijl antwoord op de hoofdvraag

Onderzoeksopzet – Priscilla Witveld

Het onderdeel waarin ik onderzoek ga doen is intertekstualiteit. Intertekstualiteit betekent dat verhalen “echo’s” bevatten van andere verhalen, bijvoorbeeld wanneer er in de film Harry Potter dezelfde elementen zitten als in het boek. Dit wil niet zeggen dat de film het hele boek woord voor woord letterlijk moet volgen, maar bepaalde elementen aangepast laat zien. Intertekstualiteit kan ook alleen in een zin voorkomen, bijvoorbeeld wanneer er in een film met een zware stem gezegd wordt “Luke, I am your father.” Weet iedereen dat dit uit Star Wars komt en hier herhaald is.

Ik ga kijken naar de intertekstuele relaties van Soldaat van Oranje. Het verhaal gaat over Erik Hazelhoff, hij heeft over dit deel van zijn leven een boek geschreven. Dit boek is in 1977 verfilmd door Paul Verhoeven en later is er een musical van gemaakt die nu al 3 jaar uitverkocht is en herhaaldelijk verlengt wordt. Ik ga onderzoeken wat er intertekstueel is in deze 3 uitingen. Erik is een Hollandse oorlogsheld en niet iedereen kent zijn verhaal, het feit dat zijn verhaal in 3 vormen is uitgebracht is erg bijzonder. Het is denk ik ook erg interessant om te kijken in hoeverre ze overeenkomen. Het verhaal is over het algemeen gezien natuurlijk hetzelfde in alle 3 de gevallen, maar er worden altijd wel dingen veranderd, de ene keer vallen ze heel erg op en de andere keer heb je helemaal niet door dat er iets niet klopt. Ik ga kijken welke elementen van het originele verhaal van Erik letterlijk overgenomen zijn in de film en musical en welke elementen aangepast zijn. Ik heb een hoofdvraag en verschillende deelvragen geformuleerd om inzicht te krijgen in de 3 verschillende elementen. Ook heb ik besloten om aan het begin van mijn onderzoeksverslag een korte algemene samenvatting te geven van het originele en overkoepelende verhaal, zodat het duidelijk is waar ik het over heb. Mijn hoofdvraag heb ik makkelijk geformuleerd, zonder het woord intertekstueel te gebruiken om te zorgen dat dit door iedereen begrepen wordt. Met mijn deelvragen onderzoek ik de verschillen en overeenkomsten tussen de 3 uitingen. Om dit te kunnen onderzoeken moet ik natuurlijk alle elementen wel gezien en gelezen hebben, anders mis ik veel belangrijke informatie. De musical en de film heb ik onlangs gezien en ik ben nu bezig in het boek, dus ik weet alles nog goed en ik kan het boek lezen met de intentie dat ik extra op belangrijke details en andere belangrijke elementen let. Zoals ik al eerder noemde kan het zomaar zo zijn dat ik een ding mis wat andere mensen wel is opgevallen, daarom ga ik behalve deze 3 bronnen waarvan het boek de belangrijkste bron is ook een analyse van de universiteit van Utrecht gebruiken, dit is een kleine analyse van de film en ik ga ook kijken naar andere internetbronnen die ik kan vinden waaronder ik ook recensies en andere reacties van mensen hoop te vinden.­­­

Ik heb dus genoeg bronnen en ervaring met het verhaal om het te kunnen onderzoeken. Ik hoop ook achter onverwachte dingen te komen, die ik in eerste instantie niet had gezien of voor andere mensen niet opvielen. Ik verwacht wel tot de conclusie te komen dat de musical dichter bij het originele verhaal blijft dan de film, ten eerste omdat de musical langer duurt en ten tweede omdat film scripts heel vaak erg verschillen van hun originele boeken.