Artikel voor een relevant podium – Yvonne

Artikel: Het verschil tussen fictie en documentaire.

Wanneer je een film kijkt heb je zelf al gouw in de gaten of je naar een documentaire aan het kijken bent of naar een fictieve film. Maar waarom je dit onderscheid precies kan maken is voor velen moeilijk te beschrijven. Voor iedereen kan dit ook een beetje verschillend zijn, veel mensen denken misschien van een fictieve film dat het documentaire is omdat het gebaseerd is op de waarheid. Toch hebben de meeste het bij het juiste eind wanneer er bepaald moet worden of een film fictie of documentaire is, maar als je in plaats van alleen te kijken op een gegeven moment een film moet maken, is het als maker zeker handig om eens duidelijk de richtlijnen te zien. Nou sta ikzelf nu midden in mijn kleine audio visuele producties en vroeg ik mijzelf af; wat is het verschil tussen een documentaire en een fictie film? Ik ga daar in dit artikel antwoord op proberen te geven en ik hoop dat dit van pas komt bij mensen die in dezelfde fase staan als ik.

Om de vraag, wat het verschil tussen een documentaire en een fictie film is, te beantwoorden moet je 2 dingen weten. Ten eerste wat een documentaire maakt ten tweede wat een fictieve film maakt. Volgens the World Union of Documentary is dit de definitie van documentaire:
““By the documentary film is meant all methods of recording on celluloid any aspect of reality interpreted either by factual shooting or by sincere and justifiable reconstruction, so as the appeal either to reason or emotion, for the purpose of stimulating the desire for, and the widening of, human knowledge and understanding, and of truthfully posing problems and their solutions in the spheres of economics, culture and human relations.” (Manchel, F. Film Study: An Analytical Bibliogaphy, Volume 1).
Wat een documentaire dus documentaire maakt is dat het gebaseerd is op feiten. Een documentaire moet de waarheid weergeven zoals hij in de ogen van de maker oprecht is. Objectief hoeft een documentaire dus niet te zijn, de visie van een documentairemaker is subjectief, de maker mag zijn eigen mening naar voren brengen.

Een fictieve film hoeft niet gebaseerd te zijn op de waarheid. Het mag wel maar een fictieve film is altijd beïnvloed door de fantasie van de maker. Fictie betekend volgens het woordenboek dan ook verzonnen.

Bij een documentaire weet de maker van tevoren nog niet zeker hoe het verhaal eruit zal komen te zien. Tijdens het filmen kunnen er onverwachte dingen gebeuren die het uiteindelijke verhaal veranderen. Bij het filmen van een fictieve film is van tevoren al helemaal uitgedacht hoe het verhaal eruit zal gaan zien. Dit staat als het ware al vast. Alles shots zijn al uitgedacht en locaties ook. Wanneer je een documentaire maakt zal de maker zich aan moeten passen aan de locatie maar bij het maken van een fictieve film zoek jij juist de locaties uit.

Dus het verschil tussen fictie en documentaire kent geen harde grens, er is veel overlapping en voor iedereen persoonlijk kan dit verschil een beetje verschillen. Het enige waar iedereen het over eens lijkt te zijn is dat een documentaire gebaseerd is op feiten en zijn kijker een visie van de werkelijkheid moet geven.

                                                                                                 Naam: Yvonne van de Glind
Klas: JDE-D06
Studentnummer: 1645840
Artikel bij analyse verslag

Advertisements

Blog 2: Narrativiteit

Blog 2: Narrativiteit

Narrativiteit is de eigenschap die teksten in zich hebben om een verhaal te zijn. Wanneer een tekst personages bevat die handelingen verrichten waarbij de handelingen een bepaalde tijdsduur in beslag nemen en zich in een ruimte en tijd afspelen spreken we over een verhaal en dus over narrativiteit. Een aantal kenmerken zijn ten eerste dat het verhaal een begin, een midden en een eind heeft. Ten tweede heeft het verhaal een hoofdpersoon, dit heet de protagonist. Ten derde heeft deze hoofdpersoon ook een tegenspeler de antagonist en soms ook een hulpje. Ten slotte wordt de spanning opgebouwd naar een climax die ook plaatsvindt, behalve in een serie, daar wordt meestal gestopt op het punt van dat de spanning opgelost wordt, dit heet een cliffhanger. Het geheel wordt verteld vanuit een perspectief zoals de alwetende vertellen of het ik-perspectief. Een verhaal bevat altijd een story en een plot. De story is wat er verteld wordt inclusief wat je niet direct ziet. Dus alles wat gebeurd maar ook alles wat je niet ziet gebeuren maar waarvan je wel weet dat het bij het verhaal hoort. Het plot is alles precies zoals het gegeven wordt, dus alleen wat je echt ziet. Voor een cmd’er is het relevant om dit te weten omdat je hier altijd op terug zal vallen wanneer je een verhaal verteld. Of dit nou in een commercial of een column is of wat dan ook wanneer een tekst een verhaal moet zijn heb je altijd te maken met narrativiteit. Laten we de reclame van Campina weer als voorbeeld nemen.

http://www.welovereclame.nl/gouden-loeki/genomineerde/2746/melk-is-bijzonder#.Upx7cEJkayY.email

Hier heb je te maken met een alwetende verteller, je ziet allerlei handelingen die gebeuren. Je denkt misschien dat de plaats niet vaststaat omdat de shots steeds hele verschillende uithoeken van de wereld weergeven maar hiermee wordt juist duidelijk gemaakt dat het om de hele wereld gaat. Op deze analyserende manier kan je alle punten die narrativiteit bevat uit maar zo’n heel klein stukje halen en er wordt dus duidelijk een verhaal verteld.

Yvonne van de Glind
JDE-D06
338 woorden

Bronnen: http://www.welovereclame.nl/gouden-loeki

Blog 1: Semiotiek

Blog 1: Semiotiek

Semiotiek is kort gezegd de zeggingskracht van beeld. Dus de betekenis en de interpretatie van beeld. Twee hulpmiddelen om beeld te kunnen analyseren zijn om ten eerste te beschrijven wat je precies ziet, dit noem je denotatief en daarna te beredeneren wat ermee bedoeld wordt, dit heet connotatief. Wat je ziet, denotatief, kun je de eerste laag noemen, connotatief is de tweede laag, de betekenislaag die over de gevoelswaarde gaat. Wanneer je de semiotiek van een beeld gaat analyseren spelen veel aspecten een rol. Zo maakt semiotiek onderscheid in indexicale tekens, iconische tekens en symbolische tekens. Wanneer je bijvoorbeeld rook ziet op een afbeelding is dit denotatief, connotatief is dat je weet dat er ergens vuur is. Dit is een indexicaal teken want de rook zie je en dit verwijst ernaar dat er vuur is. Als cmd’er kan je dit in je werkveld gebruiken iedere keer wanneer je een beeld, produceert. Of dit nou bewegend of stilstaand beeld is, om over te brengen wat je ermee wil zeggen is het belangrijkste om te weten hoe mensen het opvatten en waarom. Als je weet waarom mensen beeld op een bepaalde manier opvatten kan je hierop inspelen en tactieken gebruiken om jou boodschap over te laten komen. Bijvoorbeeld bij afbeelding 1, denotatief zie je een stopbord. Connotatief weet je dat dat staat voor stoppen en dat dit bord in het verkeer gebruikt wordt. Dit is een iconische verwijzing je ziet een foto van het stopbord en je weet dat dit bord echt bestaat en dat er een beroep wordt gedaan op de werkelijke betekenis van het bord. Als cmd’er zou je deze afbeelding in bijvoorbeeld een videoclip kunnen verwerken op het moment dat er een pauze in de muziek zit. De muziek stopt en de kijker zal het als heel logisch ervaren om dan dit beeld te zien.

Afbeelding 1

Yvonne van de Glind
JDE-D06
309 woorden

Bronnen: Beeldtaal; Jos van den Broek, Willem Koetsenruijter, Jaap de Jong en Laetitia Smit; Boom Lemma uitgevers.

Onderzoeksopzet in de vorm van een lopend betoog – Yvonne

Yvonne van de Glind
JDE-D06
529 woorden

Het onderwerp wat ik moet gaan analyseren is documentaire/reportage. Ik heb ervoor gekozen me te richten op documentaires. Hetgene waar ik mijn onderzoek om wil laten draaien is waar de scheiding ligt tussen of een documentaire werkelijk documentaire is of dat het een fictief verhaal wordt. Ik ben heel benieuwd waar die scheidingslijn ligt. Wat ik verder wil onderzoeken is in hoeverre documentaires zich hieraan houden. Die vragen zullen de lijdende draad worden door mijn hele onderzoek. Maar omdat dit nog een beetje breed is heb ik 3 vragen die daaronder vallen. Het antwoord van die drie deelvragen geeft dan het antwoord op de hoofdvraag. Het eerste wat ik me bij de hoofdvraag afvroeg was welke regels er bestaan bij het maken van documentaire? Ten tweede vroeg ik me af wat de kritiek is op in hoeverre filmmakers zich aan die ‘regels’ moeten houden. Bij de derde vraag zal ik me veel meer gaan richten en veel meer in de praktijk analyseren. Er zijn namelijk 2 documentaires die ik op het eerste gezicht heel erg op het randje vond liggen van wel niet documentaire en die zou ik in dit onderzoek nader willen bekijken. Deze documentaires zijn ‘Twin Sisters’ en ‘The Special Need’. De derde deelvraag is dus ook erg voor de hand liggend, en wel; in hoeverre kunnen we stellen dat die films wel of niet een documentaire zijn.

Het onderwerp is relevant omdat de discussie over wat er mogelijk is binnen documentaire actueel is. Eigenlijk is deze discussie al tijden actueel omdat er altijd voor beide kanten veel te zeggen valt. Ik heb het ook steeds over ‘regels’ maar die kan ik liever richtlijnen noemen omdat er over die lijn tussen documentaire en fictie niet perse heel veel vast staat. Veel verschillende mensen hebben daar een eigen kijk op en dit zal ook zeker van de ene tot de andere filmmaker verschillen. Verder zijn de twee films die ik wil gaan analyseren zeer recent uitgebracht en daarom des te relevant.

Over documentaires zijn al veel onderzoeken gedaan. Dit voorgaande onderzoek kan ik erg makkelijk gebruiken bij deze en dat is de eerste bron die ik raadpleeg, scripties. Zo heb ik bijvoorbeeld al een scriptie gevonden wat een onderzoek is naar het gebruik van retorica in twee Nederlandse documentaires. In deze scriptie komt naar voren in hoeverre de makers gebruik maken van retorische strategieën om de kijker te overtuigen van hun persoonlijke visie op de werkelijkheid. Ik hoop nog meer van dit soort scripties te kunnen vinden[1]. Ook zal ik gebruik maken van boeken, het eerste boek wat ik gevonden heb heet ‘Documentaire Informatiesystemen’[2]. Hierin worden de ‘regels’ ook gegeven en uitgelegd. Dit boek heb ik al tot mijn beschikking want het valt te vinden op het internet. Verder zal ik aan bronnen in mijn onderzoek nog gebruik maken van Scholar Google en de database van de HU. De primaire bronnen die ik gebruik zijn de films ‘Twin Sisters’[3] en ‘The Special Need’[4].


[1] http://dspace.library.uu.nl/handle/1874/8209
[2] K. van der Meer. NBD Biblion Publishers, 2002
[3] Mona Friis Bertheussen (regie), 2013
[4] Carlo Zoratti (regie), 2013